
Het is niet zo eenvoudig als het lijkt.
Het brouwen van Hoegaarden is geen eenvoudige zaak. Respect voor het unieke brouwproces en een zorgvuldige mix van de beste natuurlijke ingrediënten zijn de enige manieren om het intrigerende karakter en de verrassend verfrissende smaak te verkrijgen. Het bier wordt tweemaal gefermenteerd, maar niet gefilterd, vandaar de troebele uitstraling en de zachte textuur.

koeling en verlaging
We laten het bier afkoelen tot 18 °C en leiden het vervolgens via een centrifuge naar rijpingstanks. Het rijpen van bier betekent dat de jonge smaak verdwijnt. Daarna gebruiken we een centrifuge om de gist te verwijderen. Gist kan bij deze temperaturen niet samenklonteren of bezinken, wat wel gebeurt bij ale (ale wordt bij een veel lagere temperatuur gerijpt). Om het tarwebier te stabiliseren, pasteuriseren we het vervolgens.

Secundaire fermentatie
We sturen de flessen en vaten naar een warme ruimte. De toegevoegde suiker en gist beginnen te fermenteren bij een temperatuur tussen 21°C en 25°C. Hierdoor ontstaat koolstofdioxide (CO2), wat het bier een mooie schuimkraag geeft. Het proces van secundaire fermentatie stopt vanzelf na een week in de fles en na twee weken in een vat.







